Analyses

Bacteriën zijn hele kleine, ééncellige organismen die niet met het blote oog te zien zijn. Bacteriën zijn overal te vinden, maar gelukkig worden we van de meeste bacteriën niet ziek. Helaas zijn er een aantal bacteriën die de mens wel ziek kunnen maken. Het is dus van groot belang dat deze bacteriën niet in ons lichaam terecht komen. Een veel gebruikte manier voor bacteriën om in ons lichaam binnen te komen is via het voedsel. Het is dus van groot belang om er zeker van te zijn dat voedingsmiddelen vrij zijn van ziekmakende bacteriën en hiervoor is laboratoriumonderzoek nodig.

Het Agro Food Lab is gespecialiseerd in het aantonen van bacteriën in voedsel of omgevingsmonsters (denk daarbij aan mest, swabs van productiemachines, dons, nekvel van dieren et cetera).

De actuele lijst van onze geaccrediteerde methodes is te downloaden op de site van de Raad van Accreditatie

Tellingen

Aeroob kiemgetal
Om de algemene microbiologische kwaliteit van een product na te gaan wordt een aeroob kiemgetal bepaald. Bij het aeroob (bij zuurstof groeiende bacteriën) kiemgetal (het totaal aantal bacteriën dat kan uitgroeien op een petrischaaltje met medium) wordt de totale hoeveelheid micro-organismen (microscopisch kleine wezens zoals bacteriën, gisten en schimmels) geteld, dus het totaal plaatje van het aantal bacteriën, gisten en schimmels dat aanwezig is in een monster.


Het bepalen van de totale hoeveelheid aanwezige bacteriën

Na voorbehandeling van het monstermateriaal worden er verdunningen gemaakt. Deze verdunningen worden op een petrischaaltje gebracht en wordt een PCA (Plate Count Agar) medium aan toegevoegd waarin de meeste micro-organismen kunnen groeien. Na het stollen van het medium wordt monster gedurende 3 dagen bebroed in de broedstoof. Vervolgens wordt het totale aantal kolonies geteld op de petrischaal.

Bacillus cereus

Bacillus cereus is een bacterie die behoort tot de familie van de Bacillaceae. De Bacillus cereus kan overal in de natuur voorkomen. Veel plantaardige voedingsmiddelen, zoals graan en rijst, maar ook producten als pasta, melk en melkproducten kunnen besmet zijn met Bacillus cereus. Bacillus cereus kan voedselvergiftiging veroorzaken doordat het twee verschillende toxines kan produceren. De ene toxine zal leiden tot een voedselvergiftiging met misselijkheid en braken tot gevolg en de andere toxine zal leiden tot buikpijn en diarree. Bacillus cereus kan groeien bij 4 °C en zal dus ook in de koelkast verder gaan met groeien. Wanneer een met Bacillus cereus besmet product verhit wordt, zal de bacterie doodgaan maar kunnen er ook bacterie sporen ontstaan. Bacterie sporen zijn kleine stukjes bacterie die later weer kunnen uitgroeien tot een levendige bacterie.

Het bepalen van de hoeveelheid Bacillus cereus

De voorbehandeling van het monster hangt af van het type monster. Na voorbehandeling van het monster worden verdunningen gemaakt om de telling nauwkeurig te kunnen uitvoeren. Deze verdunningen worden op petrischalen overgebracht en daar wordt vervolgens MYP (Mannitol egg Yolk Polymyxine-agar) medium aan toegevoegd. De petrischalen met de verdunde monsters worden een dag bebroed in de broedstoof. De kolonies die specifiek zijn voor Bacillus cereus hebben een kenmerkend uiterlijk met een roze-witte kleur en een groot wit neerslaghof. Deze kolonies worden geteld en het totale aantal wordt berekend aan de hand van de gebruikte verdunningen.

Campylobacter

Campylobacter is een geslacht bacteriën die van nature voorkomen bij verschillende soorten dieren als pluimvee, vogels, rundvee, schapen, geiten, varkens, vliegen, ongedierte en huisdieren. De meest voorkomende Campylobacter soorten zijn de Campylobacter jejuni en de Campylobacter coli. Daarnaast komt Campylobacter van nature ook voor in grondwater en oppervlaktewater. Dieren kunnen deze ziekte bij zich dragen zonder daar zelf ziek van te worden. Bij mensen kan Campylobacter leiden tot voedselinfectie of in zeldzame gevallen tot ernstigere ziektes zoals bijvoorbeeld reactieve arthritis of het Guillain-Barré Syndroom. Om ziekte gevallen bij de mens te voorkomen moet ervoor gezorgd worden dat Campylobacter niet in ons voedsel terecht komt. Het Agro Food Lab voert analyses uit waarbij wij de aanwezigheid van Campylobacter kunnen aantonen en kunnen we de hoeveelheid aanwezige Campylobacter bacteriën tellen.

Het tellen van Campylobacter kolonies.

Als een monster besmet is met Campylobacter kan worden nagegaan hoeveel Campylobacter bacteriën aanwezig zijn. Van het monstermateriaal worden verschillende verdunningen gemaakt en deze worden op een petrischaal met CCDA (Modified Charcoal Cefoperazone Deoxycholate agar) medium geplaatst. De petrischaal met monstermateriaal moet vervolgens 2 dagen in de broedstoof. Vervolgens kunnen het aantal kolonies geteld worden met specifieke uiterlijke kenmerken voor Campylobacter. Na het tellen van het aantal Campylobacter bacteriën kan de Campylobacter bevestiging uitgevoerd worden.

Om er zeker van te zijn dat het om een Campylobacterbacterie gaat zal er een bevestiging uitgevoerd worden. Om de bevestiging van Campylobacter uit te voeren moet er eerst een reincultuur gemaakt worden op een petrischaaltje met Columbia bloedagar en opnieuw 2 dagen worden bebroed in de broedstoof.

Bij de oxidase test wordt een verdachte kolonie in een speciale reageerbuis geplaatst waarin een chemische reactie kan plaatsvinden. Als de Campylobacterbacterie aanwezig is zal de buis van kleur veranderen in paars/blauw door de oxidase activiteit.

Vervolgens wordt er nog microscopisch onderzoek uitgevoerd. Een verdachte kolonie wordt microscopisch bekeken om te zien of de bacterie de uiterlijke kenmerken van Campylobacter bevat.

Daarnaast kan nog een extra bevestigingsstap uitgevoerd worden door zogenaamde agglutinatietest uit te voeren. Indien Campylobacter aanwezig is zal er door deze test op een preparaat samenklontering plaatsvinden.

Clostridium perfringens

Clostridium perfringens komt vrijwel overal in de natuur voor. Voornamelijk wordt Clostridium gevonden in de feces (ontlasting) van mensen en dieren en daarnaast kan Clostridium ook voorkomen op (rauwe) vleesproducten. Clostridium perfringens kan in sommige gevallen voedselvergiftiging veroorzaken. In zeer zeldzame gevallen kan een besmetting met Clostridium leiden tot ernstigere gevolgen zoals necrotische enteritis (dodelijke darmontsteking).

Omdat Clostridium voornamelijk in (rauwe) vleesproducten gevonden wordt is het van belang dat deze producten goed gekoeld worden, omdat de bacterie dan niet kan uitgroeien. Nadat producten verhit worden zal de bacterie doodgaan, echter zal de bacterie sporen nalaten. Deze sporen zijn stukjes bacterie die later weer kunnen uitgroeien tot levende bacteriën. Na verhitting van een product kan de Clostridium weer uitgroeien in bereid voedsel. Om de aanwezige hoeveelheid Clostridium aan te tonen kan op het laboratorium een test worden uitgevoerd.

Het bepalen van de hoeveelheid Clostridium perfringens

De voorbehandeling van het monstermateriaal is afhankelijk van het type monster. Vervolgens worden er verdunningen gemaakt om de telling zo nauwkeurig mogelijk uit te voeren. De verdunningen worden op petrischalen gebracht en hier wordt TSC (Tryptose Sulfite Cycloserine-agar) medium aan toegevoegd. Het monster wordt vervolgens een dag in de broedstoof bebroed. Na de bebroeding worden de petrischalen beoordeeld op de aanwezigheid van Clostridium kolonies. De Clostridium kolonies zullen een specifieke zwarte kleur vertonen en deze zullen geteld worden.

Om na te gaan dat het daadwerkelijk een Clostridium perfringens betreft kan er een bevestigende test worden uitgevoerd. Hierbij wordt een bacteriekolonie in een laboratoriumbuis gebracht met daarin thioglycolaatmedium. De buis wordt vervolgens een dag bebroed. Na bebroeding worden er een paar druppels uit de buis in een andere buis gebracht met daarin LS (lactose Sulfite) medium en vervolgens wordt het weer een dag bebroed. Na bebroeding zal deze buis als positief beoordeeld worden als er een zwarte kleur is ontstaan en er gas is geproduceerd (door de fermentatie van lactose).

Coagulase positieve Staphylococcen

Coagulase positieve Staphylococcen zijn een groep bacteriën die de meeste mensen met zich meedragen in het neusslijmvlies of op de handen. De bacteriën die onder deze groep vallen zijn de Staphylococcus aureus, Staphylococcus intermedius en de Staphylococcus hyicus. Het bepalen van de hoeveelheid coagulase positieve Staphylococcen in een monster is een goede indicator voor hygiënische werkwijzen. Over het algemeen zal deze groep bacteriën niet tot ziekte leiden bij de mens, maar het is wel mogelijk. Wanneer voedsel besmet raakt met coagulase positieve Staphylococcen kan er voedselvergiftiging ontstaan. Handhygiëne en het voorkomen van niezen en hoesten bij het bewerken en bewaren van levensmiddelen is dus van belang.

Het bepalen van de hoeveelheid coagulase positieve Staphylococcen

Na de voorbehandeling van de monsters worden er verdunningen gemaakt. De manier van voorbehandelen is afhankelijk van het type monster. Verdunningen worden gemaakt om zowel ernstige besmette als niet besmette monsters nauwkeurig te kunnen tellen. Deze verdunningen worden overgebracht op een petrischaaltje en vervolgens wordt er BP (Baird-Parker. Aan het BP medium wordt ook Rabbit Plasma Fibrinogeen supplement toegevoegd) medium toegevoegd. Het monster wordt vervolgens twee dagen bebroed in de broedstoof. Na twee dagen kunnen het aantal gevormde kolonies geteld kunnen worden op de petrischaaltjes met de verschillende verdunningen. De kolonies die specifiek zijn voor coagulase positieve Staphylococcen zijn glanzend, bol en hebben een witgrijze tot zwarte kleur en worden omgeven door een hof met witte neerslag en deze worden geteld.

Coliformen

Coliformen zijn een groep bacteriën die bij de coli-groep horen. Deze groep bacteriën maakt onderdeel uit van de familie van de Enterobacteriaceae. De coliformen vormen een specifieke groep binnen deze familie omdat ze in staat zijn om het stofje lactose te fermenteren (te laten gisten). De bekendste bacteriën die onder de coliformen vallen zijn Escherichia, Enterobacter en Klebsiella. Het aantal coliformen in een product geeft een indicatie voor hygiënische productiewijzen en ook voor een mogelijke fecale besmetting.

Het bepalen van de hoeveelheid coliformen

Er vindt een voorbehandeling van het monster plaats dat afhankelijk is van het type monster. Na voorbehandeling van het monster worden verdunningen gemaakt om de telling zo nauwkeurig mogelijk uit te kunnen voeren. Deze verdunningen worden overgebracht naar petrischalen en vervolgens wordt daar VRBL medium aan toegevoegd. Het monster moet een dag bebroed worden in de broedstoof en vervolgens kunnen het aantal kolonies op de plaat worden geteld. Door het specifieke medium worden de E. coli kolonies roze-purperrood van kleur en de overige coliformen verkleuren blauw. Uiteindelijk zal het aantal coliformen berekend worden aan de hand van de gebruikte verdunningen.

Eschericia coli, beter bekend als E. coli, komt van nature voor in de darmen van mensen en dieren. E. coli is een darmbacterie die onder normale omstandigheden niet zal leiden tot ziekte bij de mens. Er zijn echter wel enkele type E. coli bacteriën die wel kunnen zorgen voor ziekte en leiden dan vaak tot een voedselinfectie. Deze ziekmakende E. coli bacteriën kunnen ook aangetroffen worden in ons voedsel. Om besmetting van E. coli in het voedsel te voorkomen is het van belang om hygiënisch te werken. Het bepalen van het aantal E. coli in voedingsproducten is een goede indicator voor hygiënische productiewijzen en een mogelijke fecale besmetting (besmetting voortkomend uit ontlasting).

Telling van E. coli 

Om de hoeveelheid E. coli te bepalen in een monster vind er eerst een voorbehandeling plaats. De manier van voorbehandelen hangt af van het type monster. Vervolgens worden er verschillende verdunningen gemaakt van het monster. Het ene monster kan namelijk heel sterk besmet zijn en een ander monster zou helemaal schoon kunnen zijn. De verdunningen zijn dus nodig om een nauwkeurige telling uit te voeren. De verschillende verdunningen van het monster worden op een petrischaaltje gebracht en hieraan wordt vervolgens een het TBX (Tryptone-blue-glucuronic) medium toegevoegd. Nadat het medium in de petrischaal is gegoten zal het medium gaan stollen. Vervolgens wordt het monster een dag bebroed in de broedstoof. Het medium dat voor E. coli gebruikt wordt zorgt ervoor dat en E. coli kolonie een blauwe kleur krijgt wanneer het op de plaat groeit (door de β-glucuronidase activiteit van E. coli). De blauw verkleuring is specifiek voor E. coli en vervolgens kunnen alle blauw verkleurde kolonies geteld worden die op de petrischaal aanwezig zijn. Uiteindelijk wordt het totaal kiemgetal (hoeveel bacteriën zijn uitgegroeid op een petrischaal) berekend aan de hand van de gemaakte verdunningen.

Enterobacteriaceae

De Enterobacteriaceae is een familie bacteriën die van nature voorkomen in de darm. De meeste Enterobacteriaceae zijn natuurlijke bewoners van de darm en zullen niet leiden tot ziekte. Een aantal Enterobacteriaceae kunnen echter wel ziekte veroorzaken bij de mens en de bekendste hiervan zijn de Salmonella, E. coli en Enterobacter. De ziekte die deze Enterobacteriaceae kunnen veroorzaken zijn voornamelijk voedsel infecties en besmetting met deze bacteriën gebeurd vaak via het eten van besmet voedsel. Het meten van de Enterobacteriaceae familie als geheel is een goede indicator voor hygiënische verontreiniging en fecale besmetting.

Het bepalen van de hoeveelheid Enterobacteriaceae

Allereerst worden de monsters voorbehandeld en de manier van voorbehandelen is afhankelijk van het type monster. Vervolgens worden er verdunningen gemaakt van het monster om op een nauwkeurige manier de telling uit te kunnen voeren. Het ene monster kan namelijk sterker besmet zijn dan de ander. De verdunningen worden overgebracht op een petrischaal en daar wordt VRBG (Violet Red Bile Glucose) medium aan toegevoegd. Na het stollen van het medium zal de petrischaal een dag bebroed worden in de broedstoof. Het aantal gevormde kolonies die specifiek zijn voor Enterobacteriaceae zullen een typisch donkerrode kleur verkrijgen en deze zullen dan zal vervolgens geteld worden.

Gisten & Schimmels

Micro-organismen die ervoor kunnen zorgen dat voedselproducten, met name zure, droge en gefermenteerde levensmiddelen, bederven zijn voornamelijk gisten en schimmels. Gisten en schimmels zijn net als bacteriën ook ééncellige organismen die niet met het blote oog waarneembaar zijn. Op microscopisch niveau verschillen gisten, schimmels en bacteriën van elkaar. Het aantal getelde gisten en schimmels in een voedselproduct geven een goede indicatie van de kwaliteit van het product.

Het bepalen van de hoeveelheid gisten en schimmels

Afhankelijk van het type monster vind er een voorbereiding plaats. Vervolgens worden er verschillende verdunningen gemaakt om een nauwkeurige telling te kunnen maken. Deze verdunningen worden in een petrischaal gebracht en er wordt vervolgens YGC (Yeast Glucose Chloramphenicol) medium toegevoegd. Het monster zal 3 tot 5 dagen in de broedstoof geplaatst worden. Wanneer de 5 dagen voorbij zijn zal het aantal schimmels en gisten dat zich heeft gevormd in de petrischalen met verschillende verdunningen geteld worden. Gisten zijn de kleinere glanzende kolonies op de plaat en de schimmels hebben een groter en pluizig uiterlijk. Het totaal aantal gisten en schimmels worden vervolgens berekend.

Listeria

Listeria is een groep bacteriën die op veel verschillende plekken voor kan komen, zoals in het water, in de grond, in dieren of gewassen. Listeria kan zorgen voor tot ziekte bij de mens. Indien gezonde mensen besmet raken met Listeria zal dit vaak leiden milde griepverschijnselen en soms kan het zelfs verlopen zonder dat iemand er klachten van heeft. Bij mensen met een verzwakte afweer, ouderen, kinderen en zwangere vrouwen kan Listeria ernstig verlopen. De ziekteverschijnselen kunnen dan uiteenlopen van hersenvliesontsteking, bloedvergiftiging of miskramen. In sommige gevallen kan Listeria besmetting zelfs een dodelijke afloop hebben. Er zijn 6 verschillende bacteriën die onder het Listeria geslacht vallen, maar alleen de Listeria monocytogenes is ziekmakend voor de mens. Kenmerkend voor Listeria is dat het kan groeien bij 4°C en dus kan de bacterie doorgroeien in de koelkast.

Het aantonen van de aanwezigheid van Listeria in levensmiddelen of omgevingsmonsters kan op ons lab op verschillende manieren gebeuren. De bevestiging en telling van Listeria kan aangetoond worden door het monstermateriaal op een petrischaal met RLM (Rapid L mono) medium aan te brengen en te bebroeden. Een andere methode is een stuk sneller, dit is namelijk de PCR methode, waarbij specifiek het DNA van Listeria aangetoond word.

Het aantonen van Listeria 

De voorbehandeling van het monstermateriaal hangt af van het type monster. Na de voorbehandeling worden er een verdunning gemaakt om de tellingen zo nauwkeurig mogelijk uit te voeren. Deze verdunningen worden vervolgens op petrischalen met RLM (Rapid L mono) medium gebracht waarin de Listeria bacterie kan groeien. Voor de kleiner dan 10 telling wordt 1 ml van de primaire verdunning over 3 RLM platen verdeeld.  De petrischalen worden een dag bebroed in de broedstoof en na bebroeding worden de kolonies geteld. De Listeria bacterie groeit als een kenmerkende groenblauwe kolonie op deze petrischalen. Indien er geen groei aanwezig op de platen of als er minder dan 10 Listeria bacteriën aanwezig zijn op de platen zullen de resultaten weergeven dat er <10 cfu/g (kolonievormende eenheden per gram product) listeria bacteriën aanwezig zijn in het product. Met deze methode wordt enkel het aantal Listeria bacteriën geteld en indien er geen groei aanwezig is op de platen zal hiermee geen uitsluitsel gegeven kunnen worden of er wel of geen Listeria aanwezig is in een product (hiervoor moet een detectie uitgevoerd worden).

Om te bevestigen dat de gegroeide bacterie een Listeria monocytogenes betreft zal er een Rhamnose test uitgevoerd worden. Bij deze test wordt een losliggende kolonie van de plaat in een  reageerbuis met paarse vloeistof geplaatst worden. De buis zal vervolgens 6 tot 24 uur bebroed worden in de broedstoof. Indien de bacterie een Listeria monocytogenes betreft zal er een kleurverandering plaats vinden van paars naar geel (dit komt door de fermentatie van suiker).

Melkzuurbacteriën

Melkzuurbacteriën zijn bacteriën die als kenmerk hebben dat ze melkzuur kunnen produceren vanuit glucose (suiker). Door de productie van melkzuur kunnen verzuring en bederf optreden van levensmiddelen waardoor er smaak- en geurafwijkingen ontstaan. Er zijn 11 verschillende soorten melkzuurbacteriën, waarvan de bekendste Lactobacillus, Lactococcus, Streptococcus en Enterococcus zijn. De aanwezigheid van hoge aantallen van de melkzuurbacteriën zijn een indicator voor de houdbaarheid van een product. In sommige gevallen kan de aanwezigheid van melkzuurbacteriën ook een indicator zijn voor slechte reiniging en desinfectie van materialen en machines die gebruikt worden bij voedselbereiding.

Het bepalen van de hoeveelheid Melkzuurbacteriën

De voorbehandeling van het monster hangt af van het type monster. Na voorbehandeling van het monster worden er verdunningen gemaakt om de telling zo nauwkeurig mogelijk uit te kunnen voeren. Deze verdunningen worden op petrischalen gebracht en vervolgens wordt hier MRS (de Man, Rogosa, Sharpe-agar) medium aan toegevoegd. Het monster wordt vervolgens 3 dagen in de broedstoof bewaard. Het aantal gevormde kolonies op de plaat worden geteld. Aan de hand van de verdunningen kan het totaal aantal melkzuurbacteriën berekend worden. Na het tellen kan er nog een bevestigende stap voor melkzuurbacteriën worden uitgevoerd, omdat naast melkzuurbacteriën ook gisten op het petrischaaltje kunnen groeien. De bevestiging wordt gedaan met behulp van de katalasetest. Gisten bevatten katalase-activiteit en kunnen bij deze test belletjes vormen in een druppel waterstofperoxide oplossing. Melkzuurbacteriën zijn negatief voor katalase en op deze manier kan er onderscheid gemaakt worden tussen melkzuurbacteriën en gisten.

Pseudomonas

Pseudomonas is een bacterie die voornamelijk voorkomt in de grond en in water en hierdoor zijn ze vaak terug te vinden op verse producten als groente-, vlees-, kip- en visproducten. Pseudomonas is in staat om te groeien bij temperaturen van 4 tot 42 °C. De aanwezige hoeveelheid pseudomonas in een product is een goede weergave van de bederfelijkheid en houdbaarheid van een product.

Het bepalen van de hoeveelheid pseudomonas

Na voorbehandeling van het monstermateriaal worden er verdunningen gemaakt. Deze verdunningen worden in een petrischaal gebracht en daar wordt vervolgens CFC (Cetrimide Fucidine Cehaloridine-agar) medium aan toegevoegd waar pseudomonas in kan groeien. Het monster moet vervolgens 2 dagen bebroed worden in de broedstoof. Vervolgens wordt het aantal gevormde kolonies geteld.

Detectie

Campylobacter

Campylobacter is een geslacht bacteriën die van nature voorkomen bij verschillende soorten dieren als pluimvee, vogels, rundvee, schapen, geiten, varkens, vliegen, ongedierte en huisdieren. De meest voorkomende Campylobacter soorten zijn de Campylobacter jejuni en de Campylobacter coli. Daarnaast komt Campylobacter van nature ook voor in grondwater en oppervlaktewater. Dieren kunnen deze ziekte bij zich dragen zonder daar zelf ziek van te worden. Bij mensen kan Campylobacter leiden tot voedselinfectie of in zeldzame gevallen tot ernstigere ziektes zoals bijvoorbeeld reactieve arthritis of het Guillain-Barré Syndroom. Om ziekte gevallen bij de mens te voorkomen moet ervoor gezorgd worden dat Campylobacter niet op ons voedsel terecht komt. Het Agro Food Lab voert analyses uit waarbij wij de aanwezigheid van Campylobacter kunnen aantonen en kunnen we de hoeveelheid aanwezige Campylobacter bacteriën tellen.

Het aantonen van de aanwezigheid van Campylobacter

Bij de detectie van Campylobacter wordt de aanwezigheid van Campylobacter aangetoond. Afhankelijk van het type monster kan het monster direct op een petrischaaltje met mCCDA medium worden gebracht of moet het monster eerst worden voorbewerkt met vloeibaar medium en een dag in de broedstoof worden geplaatst. Vervolgens worden ook deze monsters op een petrischaaltje gebracht. De petrischaaltjes met monstermateriaal erop moeten 2 dagen in de broedstoof. Indien er kenmerkende groei heeft plaats gevonden van Campylobacter bacteriën kan de Campylobacter bevestiging uitgevoerd worden.

Listeria

Listeria is een groep bacteriën die op veel verschillende plekken voor kan komen, zoals in het water, in de grond, in dieren of gewassen. Listeria kan zorgen voor tot ziekte bij de mens. Indien gezonde mensen besmet raken met Listeria zal dit vaak leiden milde griepverschijnselen en soms kan het zelfs verlopen zonder dat iemand er klachten van heeft. Bij mensen met een verzwakte afweer, ouderen, kinderen en zwangere vrouwen kan Listeria ernstig verlopen. De ziekteverschijnselen kunnen dan uiteenlopen van hersenvliesontsteking, bloedvergiftiging of miskramen. In sommige gevallen kan Listeria besmetting zelfs een dodelijke afloop hebben. Er zijn 6 verschillende bacteriën die onder het Listeria geslacht vallen, maar alleen de Listeria monocytogenes is ziekmakend voor de mens. Kenmerkend voor Listeria is dat het kan groeien bij 4°C en dus kan de bacterie doorgroeien in de koelkast.

Het aantonen van de aanwezigheid van Listeria in levensmiddelen of omgevingsmonsters kan op ons lab op verschillende manieren gebeuren. De bevestiging en telling van Listeria kan aangetoond worden door het monstermateriaal op een petrischaal met RLM (Rapid L mono) medium aan te brengen en te bebroeden. Een andere methode is een stuk sneller, dit is namelijk de PCR methode, waarbij specifiek het DNA van Listeria aangetoond word.

Het aantonen van Listeria via de DNA methode (uitslag de volgende werkdag)

Om op een snelle manier na te gaan of de Listeria bacterie aanwezig is in een monster kan er gebruik gemaakt worden van de DNA methode. Met deze methode wordt het DNA van Listeria gedetecteerd. Net als de mens bevat een bacterie DNA. Het DNA van de Listeria bacterie is uniek, net als bijvoorbeeld een vingerafdruk uniek is voor elk mens. Met behulp van de real-time PCR, een apparaat dat DNA kan meten, kan het stukje DNA dat uniek is voor Listeria bacteriën aangetoond worden. Deze test kan worden uitgevoerd voor alle 6 verschillende Listeria types of specifiek voor Listeria monocytogenes. Voordat het monstermateriaal in het PCR apparaat gebracht kan worden moet het eerst worden voorbewerkt. De manier van voorbewerken is afhankelijk van het type monster. Het monster moet vervolgens ongeveer 18 uur in een broedstoof geplaatst worden zodat de eventueel aanwezige Listeria bacterie zich kan vermeerderen. Na het bebroeden van het monster vindt er nog een voorbehandeling plaats voordat het monster op de PCR gebracht kan worden. Deze voorbehandeling is nodig om het Listeria DNA uit de bacterie vrij te krijgen. In de PCR wordt uiteindelijk gemeten of de Listeria bacterie aanwezig is of niet. Nadat de meting is verricht volgt er een positieve of negatieve uitslag.

Salmonella

Salmonella is een geslacht bacteriën die van nature voorkomen in de darmen van dieren, zoals bijvoorbeeld varkens, pluimvee, runderen, ongedierte en huisdieren maar Salmonella kan ook voorkomen bij koudbloedige dieren zoals reptielen. Dieren die Salmonella met zich mee dragen zullen hier niet ziek van worden, maar zodra een mens in aanraking komt met Salmonella kan dit wel leiden tot ziekte. De ziekte zal meestal een voedselinfectie zijn, maar kan ook zeer ernstige ziektebeelden veroorzaken. De ernst van de infectie is afhankelijk van het type Salmonella en de weerstand van de patiënt. De meest ziekmakende types Salmonella’s zijn Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium. Het is van belang om de besmetting van voedsel met Salmonella te voorkomen. Het Agro Food Lab is gespecialiseerd in het aantonen van Salmonella in alle voedingsmiddelen, maar ook in omgevingsmonsters en mest.

Het aantonen van de aanwezigheid van Salmonella

Voor de detectie van Salmonella gebruiken wij verschillende methodes. De aanwezigheid van Salmonella kan aangetoond worden met twee verschillende methodes, namelijk een grensreactie (bepaling van de aanwezigheid van een bacterie) waarbij de Salmonella eerst wordt opgekweekt waar vervolgens een  biochemische bevestiging  van plaats vindt of de bevestiging van de aanwezigheid van Salmonella DNA (erfelijk materiaal) via de PCR methode. Nadat de aanwezigheid van Salmonella is aangetoond is het van belang om na te gaan om welk type Salmonella het gaat en dit wordt gedaan via een zogenaamde serotypering. Er bestaan namelijk meerdere varianten van Salmonella en het ziekmakend vermogen van Salmonella verschilt per type.

Salmonella PCR methode – Het aantonen van Salmonella via de DNA methode
(uitslag de volgende werkdag)

Om op een snelle manier aan te tonen of er een besmetting met Salmonella heeft plaatsgevonden in een monster (sample, testmateriaal) kan er gebruik gemaakt worden van de PCR methode. Bacteriën bevatten net als mensen DNA en net als bij de mens is het DNA van een bacterie net zo uniek als iemands vingerafdruk. Met behulp van de real-time PCR (Polymerase Chain Reaction, een apparaat waarbij de aanwezigheid van een specifiek stukje DNA gemeten kan worden) kan het unieke stukje DNA dat typerend is voor de Salmonella bacterie aangetoond worden.

Voordat er met de PCR begonnen kan worden moet er eerst een test portie opgekweekt worden. Er wordt dan een medium (een medium is een vloeistof of vaste stof met daarin allerlei specifieke ingrediënten die bacteriën nodig zijn om te groeien. Deze ingrediënten kunnen ook specifiek zijn voor één bepaald soort bacterie), genaamd BPW (Buffered Peptone Water), toegevoegd aan de test portie om de aanwezige bacteriën te kunnen laten groeien.

Na ongeveer 18 uur kan de suspensie die hieruit ontstaat gebruikt worden voor de PCR. Voordat het monster in de PCR geplaatst kan worden vindt er nog een voorbehandeling plaats om het DNA uit de bacteriën te isoleren.

In de PCR machine wordt het DNA van Salmonella gedetecteerd. Indien er geen Salmonella aanwezig is in het monster zal er een negatieve uitslag volgen. Als er wel Salmonella wordt aangetoond dan volgt er een positieve uitslag en vervolgens is het dan nog nodig om een serotypering uit te voeren om aan te tonen met welk type Salmonella het monster is besmet.

Wet Pooled sampling (WPS)

Om kosten te besparen kan er op het Agro Food Lab gebruik gemaakt worden van de zogenaamde wet pooled sampling voor de PCR detectie van Salmonella. De wet pooled sampling geldt enkel voor de vlees- en vleesproducten. Bij wet pooled sampling worden 5 monsters samengevoegd tot één monster. Dit gepoolde monster wordt vervolgens op de PCR gedraaid. Indien de uitslag negatief is, geldt dit gelijk voor alle 5 monsters. Indien de uitslag positief is zal de test herhaald worden voor elk monster los van elkaar om uit te zoeken welk monster positief is. Op deze manier kan er 30% tot 40% van de kosten bespaard worden.

Salmonella

Salmonella is een geslacht bacteriën die van nature voorkomen in de darmen van dieren, zoals bijvoorbeeld varkens, pluimvee, runderen, ongedierte en huisdieren maar Salmonella kan ook voorkomen bij koudbloedige dieren zoals reptielen. Dieren die Salmonella met zich mee dragen zullen hier niet ziek van worden, maar zodra een mens in aanraking komt met Salmonella kan dit wel leiden tot ziekte. De ziekte zal meestal een voedselinfectie zijn, maar kan ook zeer ernstige ziektebeelden veroorzaken. De ernst van de infectie is afhankelijk van het type Salmonella en de weerstand van de patiënt. De meest ziekmakende types Salmonella’s zijn Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium. Het is van belang om de besmetting van voedsel met Salmonella te voorkomen. Het Agro Food Lab is gespecialiseerd in het aantonen van Salmonella in alle voedingsmiddelen, maar ook in omgevingsmonsters en mest.

Het aantonen van de aanwezigheid van Salmonella

Voor de detectie van Salmonella gebruiken wij verschillende methodes. De aanwezigheid van Salmonella kan aangetoond worden met twee verschillende methodes, namelijk een grensreactie (bepaling van de aanwezigheid van een bacterie) waarbij de Salmonella eerst wordt opgekweekt waar vervolgens een  biochemische bevestiging  van plaats vindt of de bevestiging van de aanwezigheid van Salmonella DNA (erfelijk materiaal) via de PCR methode. Nadat de aanwezigheid van Salmonella is aangetoond is het van belang om na te gaan om welk type Salmonella het gaat en dit wordt gedaan via een zogenaamde serotypering. Er bestaan namelijk meerdere varianten van Salmonella en het ziekmakend vermogen van Salmonella verschilt per type.

Grensreactie met biochemische bevestiging van Salmonella MSRV-methode(uitslag bekend tussen 3 tot 8 werkdagen)

Wanneer wij op het Agro Food Lab een test portie binnen krijgen die we gaan testen op de

aanwezigheid van Salmonella kunnen wij gebruik maken van de biochemische bevestiging. Het monster zal eerst aan de test portie BPW medium toegevoegd worden waarin eventuele aanwezige Salmonella en andere bacteriën kunnen groeien en zichzelf dus vermeerderen. Het monster moet vervolgens een dag in een broedstoof (en verwarmde kast, ingesteld op een specifieke temperatuur) staan zodat de eventueel aanwezige Salmonella bacterie voldoende tijd heeft om zich te vermeerderen.

De volgende stap is een selectieve ophoping van de Salmonella bacterie, zodat voornamelijk de eventueel aanwezige Salmonella bacterie zich zal vermeerderen en eventuele andere bacteriën aanwezige niet of in mindere mate. Het monster wordt overgebracht naar 3 verschillende soorten media die ingrediënten bevatten die specifiek zijn voor de groei van Salmonella. Deze drie media zijn de MSRV (Modified semi-solid Rappaport-Vassiliadis) medium, MKTTn (Muller-Kaufmann tetrathionate novobiocine) medium of RVS (Rappaport-Vassiliadis medium met Soya) medium.

Voor MRSV medium kan na een dag in de broedstoof beoordeeld worden of het monster verdacht is van Salmonella. Indien dit niet het geval is wordt het monster nogmaals een dag bebroed en wordt het monster nogmaals beoordeeld. In sommige gevallen kan het zijn dat er na 2 dagen bebroeding een verdacht groei heeft plaats gevonden. Als er na 2 dagen bebroeden geen verdachte groei heeft plaats gevonden volgt vervolgens een negatieve uitslag. Alle verdachte samples zullen verder onderzocht worden door ze over te enten op BGA of XLD media, zoals hieronder beschreven.

Bij gebruik van de MKTTn of RVS media wordt het monster overgebracht in een reageerbuis met daarin MKTTn of RVS media. Deze buis wordt een dag in de broedstoof bebroed. Vervolgens wordt het monster overgebracht op XLD en BGA media, zoals hieronder beschreven.

Indien het monster verdachte groei vertoont op MSRV of indien het monster overgebracht is naar MKTTn of RVS media wordt het monster verdeeld over twee petrischalen (steriele plastic schalen [afbeelding petrischaal] van twee verschillende media, namelijk XLD (Xylose Lysine Desoxycholaat) en BGA (Briljant Green Agar). De monsters worden op de XLD en BGA petrischaaltjes overgeënt en vervolgens wordt het een dag bebroed in de broedstoof. Indien het monster daadwerkelijk een Salmonella bacterie bevat zal er kenmerkende groei op deze platen te zien zijn. Indien de specifieke groei niet aanwezig is zal er een negatieve uitslag volgen.

Indien het monster op deze plaat ook verdacht lijkt te zijn in de verschillende media zal de biochemische detectie reeks ingezet worden. Hierbij wordt het monster in drie verschillende buizen verdeeld waarin de specifieke eigenschappen van Salmonella aan het licht zullen komen omdat de buizen van kleur veranderen door de biochemische reacties die Salmonella tot stand kan brengen. De buizen worden een dag bebroed voordat het beoordeeld kan worden. In de eerste buis zit TSI agar (Triple-Sugar-Ironagar), en de Salmonella bacterie kan hier verschillende veranderingen in aanbrengen, zoals een verkleuring van rood naar zwart (vorming van zwavelwaterstof), gasvorming (door fermentatie van suiker) en een rode of gele kleur in het schuine gedeelte (afhankelijk van de fermentatie van verschillende suikers). In de tweede buis zit ureum agar en hier kan de Salmonella een kleuromslag van geel naar roze/rood veroorzaken (door de urease activiteit van de bacterie). De laatste buis bevat LDC (Lysine-decarboxylase medium), dit heeft een heldere paarse kleur. Indien Salmonella aanwezig is zal de buis na de incubatie paars van kleur zijn (door lysine decarboxylatie activiteit), maar wel een beetje troebel worden door de groei van de bacterie. Indien Salmonella niet aanwezig is kan de kleur veranderen naar geel.

Indien de test positief wordt bevonden op de aanwezigheid van Salmonella is het van belang om na te gaan om welk type Salmonella het gaat. Deze Salmonella zal verder onderzocht worden via de serotypering.

PCR methode voor Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium (PCR Se/St)

Het Agro Food Lab beschikt ook over een PCR methode waarin naast de Salmonella species (alle soorten Salmonella) specifiek de Salmonella stammen Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium aangetoond worden. Alle overige Salmonella stammen worden met deze methode niet gemeten. De opwerking van de monsters voor deze methode is hetzelfde als beschreven bij de “Salmonella PCR methode”. De Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium zijn de meest ziekmakende Salmonella stammen en deze methode kan snel aantonen of een Salmonella besmetting van een product één van deze stammen betreft. Deze methode kan direct na de “Salmonella PCR methode” uitgevoerd worden om dezelfde dag de resultaten te verkrijgen. Indien het echter alleen interessant is om de Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium aan te tonen in een monster kan er ook voor worden gekozen om enkel deze test uit te voeren.

Serotypering van Salmonella

Om na te gaan met welk type Salmonella een monster besmet is zal er een serotypering worden uitgevoerd. Voordat dit gedaan kan worden moet er een rein cultuur (een kolonie van een bacterie zonder vervuiling van andere bacteriën) gemaakt worden van de Salmonella. Het monster wordt dan overgeënt over een petrischaal met een specifiek medium zodat Salmonella kan groeien. Nadat de Salmonella in de petrischaal is gegroeid kan er een losliggende kolonie (wanneer één enkele bacterie zich zal vermenigvuldigen ontstaat er een kolonie van bacteriën met daarin miljoenen dubbelgangers, deze is met het blote oog zichtbaar op bijvoorbeeld een petrischaaltje) gekozen worden voor de serotypering. Meestal kan na het inzetten van de biochemische reeks de TSI buis gebruikt worden voor de serotypering.

Met behulp van antistoffen die specifiek zijn voor een bepaalde type Salmonella bacterie kan aangetoond worden om welk type Salmonella het gaat. Er zijn ongelooflijk veel verschillende types Salmonella. In ons laboratorium testen wij op de meest voorkomende types Salmonella. Deze zijn onder andere: Salmonella typhimurium, Salmonella paratyphi B var. Java, Salmonella enteritidis, Salmonella infantis, Salmonella virchow, Salmonella hadar, Salmonella mbandaka, Salmonella livingstone, Salmonella indiana.

Shiga toxin-producing Escherichia Coli (STEC)

De bacterie Escherichia coli (E. coli) bevindt zich van nature in de darmen van mensen en dieren. De E. coli bacterie zal bij de mens niet altijd zorgen voor ziekte. Er zijn echter varianten van de E. coli die wel ziekte kunnen veroorzaken bij de mens. Een ziekmakende variant van de E. coli is de Shiga Toxin-Producing Escherichia Coli (STEC) en deze bacterie kan toxinen (giftige stofjes die een bacterie kan produceren en af kan geven aan zijn omgeving, bijvoorbeeld de bloedbaan van een mens) produceren die kunnen leiden tot ziektes als hemorragische colitis (bloederige en/of waterige diarree) en in sommige gevallen tot de ernstige hemolytisch-uremisch syndroom (HUS) (een syndroom met afbraak van rode bloedcellen, acuut nierfalen en verlaagde bloedplaatjes) dat zelfs kans geeft op het overlijden van de patiënt. Om deze problemen te voorkomen kan een product getest worden op de aanwezigheid van STEC bacteriën. Indien een STEC bacterie aanwezig blijkt te zijn in een product kan er vervolgens een test uitgevoerd worden om het serotype (specifiek subtype van een bacterie) van de bacterie te bepalen. De serotypes met het O-gen zijn de ziekteverwekkende varianten van STEC en het kan in sommige gevallen noodzakelijk zijn om aan te tonen om welke subtype het gaat.

Het aantonen van Shiga toxin-producing Escherichia coli (STEC)
(uitslag de volgende werkdag)

Om na te gaan of STEC aanwezig is in een monster kan er gebruik gemaakt worden van de PCR methode. Bacteriën bevatten net als de mens DNA, en dit DNA is net als bij de mens uniek. Met behulp van een apparaat dat DNA kan meten, de PCR, kan de aanwezigheid van STEC in een monster aangetoond worden. Voordat het monstermateriaal op de PCR gebracht kan worden moet er eerst een voorbehandeling plaatsvinden. Na de voorbehandeling moet het monster eerst 10 tot 22 uur (afhankelijk van het type monster) bebroed worden in de broedstoof zodat de bacterie zich kan vermeerderen. Na de bebroeding vindt er nog een kleine voorbehandeling plaats in het laboratorium om het STEC DNA vrij te krijgen uit de bacterie. Vervolgens wordt het monster op de PCR gebracht. Indien de STEC bacterie wel of niet aanwezig is volgt er een positieve of negatieve uitslag.

Indien gewenst kan vervolgens het serotype van de bacterie bepaald worden. Bij de serotypering wordt er getypeerd op de 7 belangrijkste subgroepen in de STEC, namelijk O26, O45, O103, O111, O121, O145 en O157:H7 met behulp van de PCR. De subtypes van STEC kunnen ook via een biochemische methode bepaald worden.

Chemisch

pH meting

 

De pH-waarde van een product zegt iets over de zuurtegraad. Er zijn veel verschillende redenen om de pH van een product te bepalen.

  • De pH van een product kan de eigenschappen van een product bepalen, zoals de smaak en het uiterlijk.
  • Sommige producten zijn schadelijk bij specifieke pH-waarden en het moet voorkomen worden dat deze in het milieu terecht komen.
  • Producten moeten voldoen aan wet- en regelgeving die mensen tegen schadelijke stoffen moet beschermen.
  • Wanneer een pH-waarde niet binnen bepaalde grenzen ligt kunnen er chemische reacties ontstaan. Het kan bijvoorbeeld leiden tot corrosie van productiemachines en dit kan het productieproces negatief beïnvloeden
  • Wanneer nieuwe producten ontwikkeld worden kan de pH-waarde als belangrijke parameter worden meegenomen. Zoals bijvoorbeeld bij de challengetest (link challengetest)

De pH-neutrale waarde is 7. Alle pH-waarden onder de 7 zijn zuur en alles boven de 7 is basisch.

Bepaling van het Drogestofgehalte

Wanneer al het water uit een product verdampt is, blijft de droge stof over. Het bepalen van de drogestofgehalte van een product zegt iets over de verhouding van water tegenover het droog gewicht van een product.

Wateractiviteit (AW-waarde)

Water kan in voedsel gebonden of ongebonden aanwezig zijn. Gebonden water zit vast aan het voedingsmiddel en ongebonden water is vrij aanwezig in een product. Ongebonden water kan onder andere de groei van micro-organismen bevorderen. De wateractiviteit (Aw-waarde) is een maat voor het ongebonden water in een product (dus niet het totale aanwezige water). De wateractiviteit is afhankelijk van het vochtgehalte van een product en door de wateractiviteit van een product te meten kan er iets gezegd worden over de productstabiliteit.

Overige

Luchtonderzoek

Het Agro Food Lab beschikt over een Air Sampler waarmee luchtonderzoek kan worden uitgevoerd. In de Air Sampler kan een petrischaaltje met een specifieke voedingsbodem (naar keuze, afhankelijk van welk micro-organisme er getest moet worden) geplaatst worden. Het apparaat kan dan in een bepaalde ruimte geplaatst worden voor een bepaalde tijd (bijv. 10 minuten, afhankelijk van de wens van de gebruiker) en een bepaalde hoeveelheid lucht (bijv. 100 liter lucht). De Air Sampler zal in deze tijd lucht over de voedingsbodem laten stromen waardoor eventueel aanwezige bacteriën op de voedingsbodem terecht zullen komen. De voedingsbodem zal vervolgens op het laboratorium bebroed worden in de broedstoof en uiteindelijk zal het aantal aanwezige micro-organismen geteld worden. Deze test geeft een weergave van de microbiologische kwaliteit van de lucht in een bepaalde ruimte. Met deze methode kan bijvoorbeeld een vergelijking worden gemaakt van de microbiologische kwaliteit tussen een productieruimte en een kantoorruimte.

Omgevingsonderzoek en Hygiënogrammen

Om te bepalen of een reiniging of desinfectie van een ruimte of een werkoppervlak goed is uitgevoerd kan een hygiënogram gemaakt worden. Om dit te controleren moet er van de ruimte of het werkoppervlak monsters afgenomen worden. Met behulp van rodac plaatjes (dit zijn speciale kleinere petrischaaltjes met daarin medium waarop bacteriën kunnen groeien) kan de bemonstering plaatsvinden. De rodac plaatjes worden dan op bijvoorbeeld werkoppervlakten, afvoerputjes, machines en dergelijke gelegd en worden opgestuurd naar het laboratorium. In het laboratorium worden de rodac plaatjes onderzocht op het aantal aanwezige bacteriën.

Er zijn verschillende rodac-plaatjes beschikbaar, afhankelijk van het type bacterie dat onderzocht moet worden. Op het laboratorium moeten de monsters gedurende een dag bebroed worden in de broedstoof. Het aantal kolonies dat gevormd is na de bebroeding wordt geteld en aan de hand van de hoeveelheid getelde kolonies wordt een score bepaald.

Challengetest

De challengetest is een test om de houdbaarheid van een product te bepalen. De houdbaarheid van een product wordt tijdens een challengetest bepaald door het groeipotentieel van Listeria monocytogenes in een product. Listeria monocytogenes is een bacterie die een voedselinfectie veroorzaken met soms ernstige gevolgen. De Listeria monocytogenes heeft als eigenschap dat het bij lage temperaturen kan doorgroeien en dus in de koelkast verder kan groeien. Het is voor een product dus belangrijk dat het vrij is van Listeria monocytogenes en indien het wel aanwezig is, dat het zich niet gemakkelijk kan vermeerderen om te voorkomen dat de consument ziek wordt.

Listeria monocytogenes heeft voedingsstoffen nodig om te groeien en sommige producten kunnen als voedingsbodem dienen voor Listeria monocytogenes. Met de challengetest wordt gekeken of Listeria monocytogenes de mogelijkheid heeft om te kunnen groeien in een bepaald product. Een product wordt in het laboratorium kunstmatig besmet met Listeria monocytogenes en vervolgens wordt er in de verloop van tijd gekeken naar het groeipotentieel van Listeria monocytogenes in het te testen product. Volgens de wet en regelgeving is vastgelegd dat aan het einde van een houdbaarheidstermijn de hoeveelheid Listeria monocytogenes in een product niet boven een grenswaarde uit mag komen. Tijdens de challengetest wordt dus gekeken op welke dag deze grens overschreden wordt en vervolgens kan hiermee de houdbaarheidstermijn worden bepaald. Indien het product dient als voedingsbodem voor Listeria monocytogenes zal de houdbaarheidstermijn dus korter zijn dan voor producten die niet als voedingsbodem dienen. Van producten die niet als voedingsbodem dienen wordt aangenomen dat de aanwezigheid van Listeria monocytogenes geen probleem is mits het niet verder kan uitgroeien tot boven de grenswaarde. Producten die als voedingsbodem dienen moeten bij het verlaten van een fabriek vrij zijn van Listeria monocytogenes.